Iedere IT-afdeling kent hem. De zin die in bijna elke strategische discussie op tafel komt: “IT moet waarde toevoegen voor de business.” Klinkt prachtig. Klinkt volwassen. Klinkt alsof iedereen precies weet wat ermee bedoeld wordt. In de praktijk blijkt het meestal een containerbegrip waar iedereen iets anders onder verstaat.

De echte vraag is namelijk een stuk ongemakkelijker. Voeg je als IT waarde toe door zelf software te ontwikkelen, met een eigen ontwikkelteam dat je opbouwt en onderhoudt? Of voeg je waarde toe door regie te voeren, waarbij je de vraag uit de business vertaalt en het maatwerk laat bouwen door externe partijen?

Dat zijn twee totaal verschillende modellen. Toch zie je organisaties vaak proberen om ze allebei tegelijk te zijn. Met voorspelbare gevolgen.

De romantiek van het interne ontwikkelteam

Een eigen ontwikkelteam voelt voor veel organisaties aantrekkelijk. Het idee dat je zelf bouwt aan oplossingen die precies passen bij je organisatie heeft iets ambachtelijks. Het geeft ook een gevoel van controle. De kennis zit in huis, de ontwikkelaars kennen de organisatie en je hoeft niet steeds afhankelijk te zijn van leveranciers.

Op papier klinkt dat logisch.

Maar een ontwikkelteam bouwen en onderhouden is geen kleine beslissing. Softwareontwikkeling vraagt continuïteit. Ontwikkelaars moeten worden geworven, begeleid, technisch gefaciliteerd en inhoudelijk uitgedaagd. Technologie verandert snel, frameworks verouderen, architecturen moeten worden herzien. Dat betekent investeren in kennis, tooling en leiderschap.

Het echte probleem ontstaat wanneer een organisatie een ontwikkelteam heeft zonder voldoende ontwikkelvolume. Ontwikkelaars moeten namelijk ontwikkelen. Wanneer de vraag naar maatwerk fluctueert, ontstaan lege momenten. En lege momenten in een ontwikkelteam zijn duur.

Dan krijg je een herkenbaar patroon. Er wordt maatwerk gebouwd omdat het kan. Niet omdat het echt nodig is.

Voor je het weet bouw je systemen die ook prima als standaardoplossing hadden kunnen bestaan.

De regieorganisatie

Het alternatief is een regiemodel. Daarbij ligt de kern van IT niet in het bouwen van software, maar in het begrijpen van de businessvraag en het organiseren van de juiste oplossing.

In dit model bestaat IT uit architecten, analisten en regisseurs. Mensen die de taal van de business spreken én de wereld van technologie begrijpen. Zij vertalen een behoefte naar een oplossingsrichting en bepalen vervolgens hoe die gerealiseerd wordt.

Soms is dat een standaardoplossing. Soms een uitbreiding van een bestaand platform. En soms inderdaad maatwerk.

Alleen wordt dat maatwerk dan ontwikkeld door externe partijen.

Het voordeel hiervan is flexibiliteit. Capaciteit kan worden opgeschaald wanneer nodig en afgebouwd wanneer het project klaar is. Je zit niet vast aan een vaste ontwikkelorganisatie die continu gevuld moet blijven.

Daarnaast ontstaat een financieel voordeel dat vaak wordt onderschat. Wanneer maatwerk extern wordt ontwikkeld, kunnen de kosten direct aan de juiste kostendrager worden gekoppeld. Het project dat het maatwerk nodig heeft betaalt het maatwerk.

Bij interne teams verdwijnen deze kosten vaak in het generieke IT-budget. Daardoor wordt maatwerk een soort collectieve hobby van de organisatie.

Waar IT daadwerkelijk waarde toevoegt

De reflex van veel organisaties is om te denken dat waarde zit in het bouwen. Dat IT waarde toevoegt door software te maken.

Maar de realiteit is dat de meeste waarde ontstaat vóórdat er überhaupt één regel code wordt geschreven.

Waarde ontstaat in het begrijpen van het probleem. In het stellen van de juiste vragen. In het herkennen wanneer maatwerk echt nodig is en wanneer een standaardoplossing beter is.

Dat vraagt geen programmeurs. Dat vraagt regisseurs.

Mensen die het overzicht bewaren over architectuur, processen en leveranciers. Mensen die niet denken in technologie, maar in bedrijfswaarde.

Een goede regisseur voorkomt namelijk iets wat in veel organisaties ongemerkt gebeurt: maatwerk dat nooit had moeten bestaan.

De flexibiliteit die organisaties nodig hebben

De wereld waarin organisaties opereren verandert snel. Nieuwe regelgeving, veranderende markten, digitalisering van processen. IT moet daarop kunnen reageren zonder dat de organisatie vastloopt in haar eigen structuur.

Een interne ontwikkelorganisatie maakt die flexibiliteit vaak juist kleiner. Niet omdat ontwikkelaars slecht werk leveren, maar omdat capaciteit een vaste vorm krijgt.

Wanneer de vraag groeit, heb je te weinig mensen. Wanneer de vraag daalt, heb je er te veel.

Een regiemodel draait dat om. Capaciteit volgt de vraag. Niet andersom.

Dat maakt organisaties wendbaarder en voorkomt dat IT verandert in een fabriek die vooral bezig is zichzelf draaiende te houden.

De ongemakkelijke conclusie

Dit betekent niet dat een interne ontwikkelorganisatie nooit zinvol is. Sommige organisaties zijn zó afhankelijk van hun eigen software dat interne ontwikkeling een strategische kernactiviteit is. Denk aan technologiebedrijven, platforms of organisaties waar software letterlijk het product is.

Maar voor de meeste organisaties is dat simpelweg niet het geval.

Voor hen ligt de echte waarde van IT niet in het schrijven van code, maar in het organiseren van de juiste oplossingen.

En dat is misschien minder romantisch dan een eigen ontwikkelteam. Maar wel een stuk effectiever.

IT voegt namelijk geen waarde toe door software te bouwen.

IT voegt waarde toe door te zorgen dat de business de juiste oplossing krijgt. En dat betekent soms bouwen. Maar vaak betekent het vooral regie voeren.


Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Posted in , , , , , , , ,

Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder