Er is iets bijna aandoenlijks aan hoe organisaties praten over digitale soevereiniteit. Alsof het een bestemming is waar we vanzelf een keer aankomen. Nog een roadmap, nog een strategie, nog een programma, en dan zijn we er. Klaar. Onafhankelijk.

Alleen gebeurt er niets.

We bewegen niet richting onafhankelijkheid. We bewegen vooral in cirkels, terwijl we elkaar geruststellen met het idee dat we onderweg zijn.

Het Duitse experiment in Sleeswijk-Holstein wordt inmiddels opgevoerd als bewijs dat het anders kan. Een overheid die Microsoft eruit gooit, kiest voor open source en daarmee zogenaamd een stap zet richting autonomie. Op papier is het een krachtig verhaal. In de praktijk is het vooral een organisatie die probeert los te komen van iets waar ze jarenlang volledig in verstrengeld is geraakt.

En dat blijkt, weinig verrassend, geen nette transitie maar een taai en frustrerend proces.

We zijn niet afhankelijk van Microsoft. We zijn ermee vergroeid.

In Nederland houden we van nuance. Dus zeggen we dat we “afhankelijk” zijn van Microsoft, alsof dat nog een keuze impliceert.

Maar dat stadium zijn we allang voorbij.

Microsoft zit niet alleen in de tooling, het zit in de manier waarop organisaties functioneren. In identity, in samenwerking, in security, in cloud. In hoe mensen werken, communiceren en beslissingen nemen. Het is geen leverancier meer aan de rand van je landschap. Het ís het landschap.

Dus wanneer iemand voorzichtig opmerkt dat we misschien minder afhankelijk moeten worden, wordt er feitelijk iets heel anders voorgesteld. Namelijk dat we bereid moeten zijn om onze manier van werken fundamenteel te veranderen. Dat processen opnieuw ingericht moeten worden. Dat productiviteit tijdelijk daalt. Dat dingen stuk gaan die gisteren nog vanzelfsprekend werkten.

En daar eindigt het gesprek meestal.

Iedereen wil onafhankelijkheid. Tot het irritant wordt.

Zolang digitale soevereiniteit een abstract begrip blijft, is iedereen voor. Het staat goed in strategieën, het klinkt volwassen in boardrooms en het geeft het gevoel dat je als organisatie controle hebt.

Maar zodra het concreet wordt, verandert de toon.

Want dan betekent het dat mensen afscheid moeten nemen van wat ze kennen. Dat hun dagelijkse werk net wat stroever gaat. Dat systemen niet meer naadloos op elkaar aansluiten. Dat “even iets doen” ineens niet meer vanzelf gaat.

En dan blijkt autonomie vooral aantrekkelijk zolang het geen ongemak oplevert.

Daar zit de kern van het probleem. Organisaties willen controle, maar niet de frictie die daar onvermijdelijk bij hoort.

Europa wil onafhankelijk zijn, maar heeft het niet gebouwd

Dit is het deel waar het verhaal begint te wringen.

We doen graag alsof er een alternatief klaarligt. Alsof we kunnen kiezen tussen Amerikaanse tech en een volwassen Europees ecosysteem dat alleen nog even opgeschaald moet worden.

Maar dat alternatief bestaat simpelweg niet in de vorm die nodig is.

Ja, er zijn oplossingen. Ja, open source kan veel. Ja, er zijn initiatieven die serieus zijn. Maar het geheel is geen volwaardig, geïntegreerd ecosysteem dat organisaties op dezelfde schaal en met hetzelfde gebruiksgemak ondersteunt als de grote Amerikaanse platforms.

Dus wat er overblijft is een ongemakkelijke waarheid. We kunnen wel weg, maar we leveren in. Op gebruiksgemak, op snelheid, op consistentie. En precies die dingen zijn waar organisaties de afgelopen decennia juist op hebben gestuurd.

Dit is geen IT-vraagstuk

Een van de grootste misverstanden is dat dit nog steeds als een IT-discussie wordt behandeld.

Alsof het gaat over tooling of architectuurkeuzes. Alsof het een kwestie is van de juiste leverancier selecteren en een migratieplan maken.

Dat is het niet.

Dit gaat over controle. Over afhankelijkheid. Over de vraag wie uiteindelijk bepaalt wat er gebeurt met jouw data en jouw digitale processen. Dat zijn strategische en in sommige gevallen zelfs politieke keuzes.

En juist daarom worden ze zo vaak vermeden. Want zolang je het als IT positioneert, kun je het delegeren. Dan wordt het een project met een begin en een einde, in plaats van een fundamentele keuze over hoe je als organisatie in de wereld staat.

De waarheid die niemand hardop zegt

De meeste organisaties willen helemaal niet onafhankelijk zijn.

Ze willen dat het werkt. Dat het voorspelbaar is. Dat mensen zonder gedoe hun werk kunnen doen. Dat er een partij is die verantwoordelijkheid neemt voor complexiteit waar ze zelf geen tijd of capaciteit voor hebben.

En dat is precies waar partijen als Microsoft extreem goed in zijn.

Dus ja, er is afhankelijkheid. Ja, daar zitten risico’s aan. Maar zolang die risico’s abstract blijven en de voordelen dagelijks voelbaar zijn, blijft de keuze rationeel.

Niet omdat het ideaal is, maar omdat het praktisch is.

Wat we eigenlijk doen

In plaats van echte onafhankelijkheid na te streven, zijn organisaties vooral bezig met het beheersen van hun afhankelijkheid.

Ze nemen maatregelen, verkennen alternatieven, praten over data en risico’s. Het ziet er strategisch uit en het voelt alsof er controle is.

Maar fundamenteel verandert er weinig.

Het is geen beweging richting autonomie. Het is het optimaliseren van een situatie waarvan iedereen weet dat die niet ideaal is, maar voorlopig wel werkt.

Stop met doen alsof

Het probleem is niet dat organisaties afhankelijk zijn van grote techbedrijven.

Het probleem is dat ze doen alsof ze daar op korte termijn iets fundamenteels aan gaan veranderen.

Zolang digitale soevereiniteit wordt gepresenteerd als een haalbaar einddoel zonder dat de echte prijs ervan wordt benoemd, blijft het een comfortabel verhaal. Iets waar iedereen het mee eens kan zijn zonder dat er iets hoeft te gebeuren.

En misschien is dat wel de kern.

Niet dat we het niet kunnen veranderen, maar dat we het niet écht willen.

Omdat de wereld waarin we afhankelijk zijn, uiteindelijk prettiger is dan de wereld waarin we dat niet zijn.


Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Posted in , , , , , ,

Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder