Kan het eigenlijk? En wat is de impact als we loskomen van Microsoft zoals Duitsland het probeert

Al jaren lijkt het ondenkbaar dat een moderne overheid of organisatie zonder Microsoft kan functioneren. Outlook om mail te doen, Word om documenten te maken en Excel om cijfers te analyseren, dat is de dagelijkse praktijk in vrijwel elke bestuurskamer en op elk ambtenarenbureau. Toch staat dat vanzelfsprekendheid steeds meer ter discussie. Niet omdat mensen ineens een hekel hebben aan Microsoft, maar omdat het besef groeit dat digitale afhankelijkheid ook een politieke en strategische kwetsbaarheid is. In Duitsland zijn ze met dat inzicht concreet aan het experimenteren, en de uitkomst is leerzaam voor Nederland en de rest van Europa. 

In de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein hebben ambtenaren, rechters, politie en andere overheidsmedewerkers de opdracht gekregen om Microsoft-software vaarwel te zeggen. Programma’s als Word, Excel, Outlook, Teams en zelfs de onderliggende Windows-omgeving worden vervangen door open-source alternatieven zoals LibreOffice, Linux en andere Europees-gebaseerde tools. In één klap 30.000 werkplekken omzetten is geen sinecure. Het gaat met horten en stoten, mede omdat gebruikers moeten wennen aan een nieuwe manier van werken, communicatiestromen anders lopen en compatibiliteit met bestaande systemen soms hapert. “Collega’s begonnen zelfs whatsappgroepen om te vragen of mailtjes wel waren aangekomen”, constateert een Duitse deelnemer aan het experiment. 

De drijfveer is geen technologische nostalgie, maar een diepzittende angst voor te grote afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen. Niet alleen Microsoft domineert de Nederlandse en Europese IT-markt, ook Amerikaanse cloud- en softwareleveranciers zoals Google en Amazon spelen een even grote rol. Dat betekent dat veel cruciale data en systemen feitelijk onder jurisdictie van de Verenigde Staten vallen. Amerikanen kunnen, als de politieke wind verandert, overheidssystemen beïnvloeden door bedrijven te dwingen gegevens te leveren of diensten aan te passen. Het Internationaal Strafhof kreeg in het recente verleden de harde realiteit daarvan te zien toen Microsoft e-maildiensten moest beperken vanwege sancties, waarmee het eigen functioneren tijdelijk werd geschaad. 

Tegen die achtergrond groeit in Europa een beweging die “digitale soevereiniteit” noemt wat iedereen met een beetje IT-besef ziet als iets ingewikkelds. Het is de overtuiging dat je controle moet houden over waar data staat, wie er bij kan en hoe systemen gemaakt worden. Duitsland, Frankrijk en andere EU-landen signaleren dat Europese alternatieven niet alleen een politiek statement zijn, maar een antwoord op het risico dat digitale infrastructuur ingezet wordt als geopolitiek wapen. In Frankrijk wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een eigen videovergaderplatform dat alle Amerikaanse diensten moet vervangen en in Estland en andere landen worden serieus alternatieven geëvalueerd. 

Toch moet je realistisch blijven. De stap weg van Microsoft is niet vanzelfsprekend. In Nederland is de situatie vergelijkbaar met Duitsland: de meeste overheidsorganisaties hebben hun e-mail en andere diensten al bij Microsoft ondergebracht en veel interne processen zijn daar omheen gebouwd. Migreren betekent niet alleen andere software kiezen, het betekent ook data migreren, trainingen geven en compatibiliteit neerzetten met externe actoren die nog wél Microsoft gebruiken. Voor veel bedrijven en instellingen zijn die kosten en disrupties een drempel die ze (nog) niet willen of kunnen nemen. 

Dan is er de vraag wat het betekent voor de dienstverlening zelf. Werken zonder Microsoft betekent accepteren dat sommige tools en workflows anders aanvoelen. Open-source alternatieven zoals LibreOffice hebben functionaliteit, maar missen soms de polish en compatibiliteit waar mensen aan gewend zijn. In de beginfase haperen koppelingen en blijkt dat gebruikers soms tijdelijk minder efficiënt zijn. Dat hoort bij een grote transitie, maar het betekent wel dat het overgangstraject zorgvuldig gepland moet worden als je het grootschalig wilt aanpakken. 

De impact strekt verder dan techniek. Een stap als deze raakt aan geopolitiek, aan privacy, aan digitale weerbaarheid en aan wat we publieke infrastructuur noemen in een tijd waarin digitale diensten net zo vitaal zijn als elektriciteit of water. Het betekent een herbezinning op wie we vertrouwen met onze data, en hoeveel risico we willen lopen op een moment dat internationale relaties verslechteren. In Duitsland was het ontbreken van Microsoft-software tot nu toe nog geen ramp, maar het is zeker niet iets wat je van de ene op de andere dag implementeert zonder flinke strategische en financiële inzet. 

In Nederland blijkt uit recente debatten dat er een groeiende bewustwording is dat digitale afhankelijkheid een risico kan zijn, maar dat de kosten, complexiteit en organisatorische gevolgen voorlopig nog flink wegen op concrete beslissingen. De gemeente Amsterdam kondigt ambitie aan, maar erkent zelf dat stoppen met Microsoft niet morgen kan. Het wordt een kwestie van stap voor stap substitueren, eerst daar waar risico’s het grootst zijn, en langzaamaan bouwen aan een Europese of nationale digitale infrastructuur. 

Uiteindelijk kan het, maar het is een marathon geen sprint. De impact is groot op technische, organisatorische en geopolitieke vlakken en vraagt om visie, investering en geduld. Voor landen die het experiment durven aan te gaan is het een oefening in autonomie, voor anderen is het een strategische discussie die nog niet af is.


Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Posted in , , ,

Ontdek meer van IT realiteit

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder